Het bijzonder comité voor de sociale dienst in een notendop

Het bijzonder comité voor de sociale dienst in een notendop

Datum: woensdag 14 november 2018

Author(s): Uitgeverij Vanden Broele

Het Decreet lokaal bestuur blaast het bijzonder comité voor de sociale dienst nieuw leven in. We staan kort stil bij dit (niet zo nieuw) orgaan, zijn samenstelling en zijn decretale bevoegdheden.

 

Invulling van het bijzonder comité voor de sociale dienst

 

In de eerste vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn wordt het bijzonder comité voor de sociale dienst geïnstalleerd. Die vergadering vindt plaats aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad, wat dus neerkomt op één van de eerste vijf werkdagen van januari 2019 (woensdag 2 januari 2019 tot en met dinsdag 8 januari 2019).

Het bijzonder comité voor de sociale dienst bestaat, de voorzitter niet inbegrepen, uit:

 1° zes leden voor een raad voor maatschappelijk welzijn met 23 leden of minder;

 2° acht leden voor een raad voor maatschappelijk welzijn met 25 tot en met 47 leden;

 3° tien leden voor een raad voor maatschappelijk welzijn met 49 tot en met 51 leden;

 4° twaalf leden voor een raad voor maatschappelijk welzijn met 53 leden of meer.

De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt verkozen onder de voorzitter of leden van het vast bureau of onder de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Dit gebeurt normaal gezien op basis van een akte van voordracht met dubbele meerderheid. Zonder ontvankelijke akte van voordracht gebeurt de verkiezing bij geheime stemming tijdens een latere vergadering, opnieuw op basis van een akte van voordracht.

Belangrijk hierbij is verder dat de voorzitter van het bijzonder comité die niet uit de voorzitter of de leden van het vast bureau verkozen wordt (dat tegenwoordig samenvalt qua samenstelling met het college van burgemeester en schepenen), van rechtswege aan het college burgemeester en schepenen wordt toegevoegd als laatste in rang. De besturen die de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst uit de raad voor maatschappelijk welzijn kiezen (en niet uit het vast bureau) zullen op die manier dus één extra schepen tellen.

De leden van het bijzonder comité worden ook op basis van een akte van voordracht verkozen, eveneens met een dubbele meerderheid. Er moet daarbij opgemerkt worden dat, in tegenstelling tot wat van toepassing is voor de overige organen, eenieder die aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoet in aanmerking komt: ook niet-verkozenen (deskundigen, gewone burgers, …) kunnen dus mee voorgedragen worden.

Indien er geen ontvankelijke akte van voordracht is, zal er een nieuwe akte van voordracht aan de algemeen directeur bezorgd worden om dan tijdens een nieuwe vergadering via geheime stemming de mandaten in te vullen.

 

 

Decretale bevoegdheden van het bijzonder comité voor de sociale dienst

 

Het Decreet lokaal bestuur onderscheidt een zestal bevoegdheden voor het bijzonder comité voor de sociale dienst.

 

1. Het bijzonder comité neemt de beslissingen over de toekenning, terugvordering, herziening en schorsing van individuele steun op het vlak van de maatschappelijke dienstverlening en de maatschappelijke integratie (art. 113 DLB).

 

2. Het bijzonder comité bekrachtigt de beslissingen van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst in dringende gevallen (art. 113 DLB). Het betreft de beslissingen van de voorzitter genomen tot dringende hulpverlening “in dringende gevallen en binnen de perken bepaald door het huishoudelijk reglement van het bijzonder comité voor de sociale dienst”. Het Decreet lokaal bestuur voorziet de mogelijkheid om deze bevoegdheid aan één of meerdere subcomités toe te vertrouwen, via huishoudelijk reglement (art. 113 DLB).

 

3. Het bijzonder comité kan omtrent het gemeente- of OCMW-beleid een niet-bindend advies geven aan het college, het vast bureau, de gemeenteraad of de OCMW-raad (art. 113 DLB). Dit kan op verzoek maar ook op eigen initiatief.

 

4. Het bijzonder comité neemt een huishoudelijk reglement aan waarin, in voorkomend geval, nadere regels over de werking van het bijzonder comité voor de sociale dienst zijn bepaald, en waarin minstens bepalingen worden opgenomen over:

1° de wijze van notulering en de wijze waarop de notulen van de vorige vergadering ter beschikking worden gesteld van de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst;

2° de wijze van verzending van de oproeping en het ter beschikking stellen van het dossier aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, alsook de wijze waarop de algemeen directeur of de door hem aangewezen personeelsleden aan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst die erom verzoeken, technische inlichtingen verschaffen over die stukken;

  3° de wijze waarop het bijzonder comité voor de sociale dienst stemt;

4° de wijze van het ter kennis brengen van de beslissingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst;

5° de perken waarbinnen de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst zijn bevoegdheden als vermeld in artikel 114 DLB, kan uitoefenen. (Het betreft de dringende hulpverlening in dringende gevallen.)

Verder wordt ook het inzagerecht en het recht op afschrift, en de voorwaarden voor het bezoekrecht aan de instellingen en diensten die het OCMW opricht en beheert bij huishoudelijk reglement bepaalt door het bijzonder comité voor de sociale dienst (art. 29, § 3 (art. 110) DLB).

 

5. Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan subcomités oprichten (art. 89 DLB). In voorkomend geval wordt, met behoud van de toepassing van artikel 111, de samenstelling van de subcomités bepaald in het huishoudelijk reglement.

 

6. Het bijzonder comité kan verder zelf een eigen deontologische code opstellen voor het bijzonder comité voor de sociale dienst (art. 112 DLB). Deze omvat dan minstens de deontologische code, zoals aangenomen door de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Onderscheiden van de bevoegdheden van het bijzonder comité voor de sociale zijn die van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Hij staat in voor de verantwoordelijkheden met betrekking tot de vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst (bijeenroepen, agenda, voorafgaand onderzoek, voorzitten, openen en sluiten van de vergadering, handhaven van de orde).

Verder dienen nog de volgende bevoegdheden aangestipt te worden:

  • Ondertekening van de goedgekeurde notulen van de vergadering (samen met de algemeen directeur) (art. 32 (art. 110) en 282 DLB);

  • Ondertekening reglementen, beslissingen en briefwisseling van het bijzonder comité voor de sociale dienst evenals van de beslissingen en akten van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst (samen met de algemeen directeur) (art. 279 en 282 DLB);

  • De beslissing tot dringende hulpverlening (art. 114 DLB):

    In dringende gevallen en binnen de perken bepaald door het huishoudelijk reglement van het bijzonder comité voor de sociale dienst, kan de voorzitter zelf tot dringende hulpverlening beslissen, op voorwaarde dat hij zijn beslissing op de eerstvolgende vergadering ter bekrachtiging aan het bijzonder comité voor de sociale dienst voorlegt (zie ook hierboven omtrent de bekrachtiging door het bijzonder comité).

    Als een dakloze persoon een beroep doet op de maatschappelijke dienstverlening van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waar hij zich bevindt, moet de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst hem de vereiste dringende hulpverlening toekennen, binnen de grenzen, vastgesteld door het huishoudelijk reglement van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Hij legt zijn beslissing op de eerstvolgende vergadering ter bekrachtiging voor aan het bijzonder comité voor de sociale dienst.