Veel Vlaamse gemeenten hebben in de aanloop naar de meerjarenplannen 2026-2031 pijnlijke keuzes gemaakt. Uitgaven werden geschrapt, investeringen uitgesteld, retributies verhoogd.
Het evenwicht is er, maar de marge is kleiner dan ooit.
- Het beschikbaar budgettair resultaat daalde van gemiddeld jaarlijks €174 per inwoner in 2020-2025 naar €154 per inwoner in 2026-2031 (De Roover, 2026).
- De druk op die vrije beleidsruimte is zichtbaar in de evolutie van de onsamendrukbare uitgaven: dit zijn de kosten die op korte termijn moeilijk aanpasbaar zijn, zoals personeelsuitgaven, schulduitgaven en verplichte toelagen. Het aandeel onsamendrukbare uitgaven steeg in een gemiddelde Vlaamse gemeente van 55,5% in 2023 naar 62,8% in 2024 (Belfius, 2025). Minder dan vier op de tien euro is dus nog vrij besteedbaar.
- Tegelijk groeit de exploitatie als aandeel van de totale uitgaven jaar na jaar, terwijl investeringen relatief terrein verliezen (De Roover, 2026).
Toch hebben veel besturen nog geen fundamentele budgetoefening gemaakt omdat ze keken naar de verkeerde plek: enkel naar nieuw beleid en te weinig naar het al bestaande deel.
Om de rest van het artikel te lezen moet je een abonnement hebben op FinConnect.
Nog geen abonnee? Ontvang een demo of offerte.
Ben je wel al abonnee? Log je in.