1. Inleiding - Contractuele personeelsleden in lokale besturen
De personeelsleden van lokale besturen vallen uiteen in twee groepen: statutaire personeelsleden en contractuele personeelsleden, die tewerkgesteld zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. Zoals in het artikel over de pensioenen van statutaire personeelsleden werd beschreven, verschuift het zwaartepunt al jaren in de richting van contractuele aanwerving: in 2023 was 70% van de personeelsleden bij Vlaamse lokale besturen contractueel tewerkgesteld, tegenover 58% vijftien jaar eerder.
Contractuele personeelsleden vallen voor hun pensioen niet onder het ambtenarenpensioen, maar onder het “gewone” werknemerspensioen dat beheerd wordt via de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Dat stelsel verschilt op een aantal wezenlijke punten van het ambtenarenpensioen en leidt in de meeste gevallen tot een lagere pensioenuitkering, ook bij een vergelijkbare loopbaan en een vergelijkbaar loon.
Om dat verschil gedeeltelijk te compenseren, verplicht de Wet Aanvullende Pensioenen (WAP) werkgevers om een aanvullend pensioenplan aan te bieden aan hun contractuele personeelsleden. Voor lokale besturen betekent dit een bijkomende financiële verplichting boven op de bijdragen voor het gesolidariseerde ambtenarenpensioen van hun statutaire personeelsleden. Het beheer van dat aanvullend pensioen - via tak 21, tak 23 of hybride oplossingen - is daarmee een tweede pensioendimensie geworden in het personeelsbeleid van lokale besturen.
Deze tekst bespreekt achtereenvolgens het werknemerspensioen van de contractuele personeelsleden, de pensioenkloof met statutaire personeelsleden, en de verplichtingen en mogelijkheden voor lokale besturen inzake het aanvullend pensioen.
Om de rest van het artikel te lezen moet je een abonnement hebben op FinConnect.
Nog geen abonnee? Ontvang een demo of offerte.
Ben je wel al abonnee? Log je in.