1. Inleiding en krachtlijnen
Een halve eeuw lang konden intercommunales en opdrachthoudende verenigingen zich beroepen op een eenvoudige en comfortabele regel: wat zij voor hun deelnemende besturen deden, deden die besturen in btw-opzicht zelf. Die emanatietheorie, gebouwd op de aanschrijvingen nr. 148/1971 van 5 oktober 1971 en nr. 6/1975 van 27 februari 1975 en voor Vlaanderen uitgewerkt in beslissing nr. E.T.111.703 van 6 september 2006, maakte dat de bijdragen van de deelnemers geen prijs van een belastbare prestatie waren maar een louter financiële tussenkomst in de beheerskosten.
Met het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 25 februari 2026 in de zaak T-575/24 (Belgische Staat/FOD Financiën tegen Digipolis Antwerpen AG en District09 AG) is die constructie weggevallen. Het Gerecht kwalificeert de emanatietheorie als een juridische fictie die een geval van niet-belastingplicht invoert waarin de btw-richtlijn niet voorziet. De administratie heeft daaruit de logische conclusie getrokken in circulaire 2026/C/81 van 3 september 2026: de theorie is niet langer verdedigbaar en wordt uiterlijk op 1 januari 2027 integraal opgeheven. Het arrest en de circulaire zijn onder meer van groot belang voor de afvalintercommunales, die veelal de vorm van een opdrachthoudende vereniging met beheersoverdracht hebben en dus bij uitstek op de emanatietheorie steunden.
Voor de lokale besturen en hun samenwerkingsverbanden is dit geen abstracte rechtspraakdiscussie maar een concrete oefening met een harde deadline. Die oefening verloopt in drie stappen. Eerst moet elk samenwerkingsverband nagaan of het in eigen hoofde kwalificeert als publiekrechtelijk lichaam in de zin van artikel 6, eerste lid WBTW, een deur die de circulaire bewust opent door randnummer 5 van circulaire AAFisc nr. 42/2015 op te heffen. Vervolgens moet het per werkzaamheid toetsen of artikel 6, tweede en derde lid WBTW de belastingplicht alsnog terugbrengt. Pas daarna komt de vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van artikel 44, § 2bis WBTW, de zogenaamde kostendelende vereniging, als terugvalpositie in beeld. Wie die oefening niet tijdig maakt, loopt het risico vanaf 1 januari 2027 btw aan te rekenen of op te lopen waar dat niet nodig was, of omgekeerd btw niet aan te rekenen waar dat wel moest.
Om de rest van het artikel te lezen moet je een abonnement hebben op FinConnect.
Nog geen abonnee? Ontvang een demo of offerte.
Ben je wel al abonnee? Log je in.